dinsdag 31 mei 2011
Het Takkiya complex
Dit staaltje van verrukkelijke Ottomaanse architectuur is ontworpen door architect Mimar Sinan halverwege de 16de eeuw voor een religieuze orde der Sufi’s. Het complex bestaat uit een moskee, een armenhuis met gaarkeuken (zie 8 april), een internaat voor dervishes en een later toegevoegde Madrasa. Sufisme concentreert zich op de verinnerlijkte en mystieke kant van Islam. Het is een manier om in de nabijheid van de goddelijke aanwezigheid te komen. De ‘Zoeker’ hoopt het te bereiken door zang, dans, het opzeggen van de 99 namen van God, ascetisme en het vermijden van alles dat het goddelijke ontkent. De Sufi filosofie is universeel van karakter. In de middeleeuwen heeft het Sufisme grote invloed uitgeoefend op Joodse denkers wat weer resoneerde in het werk van onze eigen filosoof Spinoza. Toen wij voor de poort stonden was het vanwege renovatie gesloten, maar Bertje onze reisleidster van http:// www.hetvliegendenijlpaard.nl wist de religieuze beheerder te overtuigen van onze goede bedoelingen door de volle begroetingsformule in het Arabisch over hem uit te storten. Piepend en krakend ging het ijzeren hek open en wij betraden het bijzonder fraai vormgegeven hof. Ondanks dat de gebouwen in slechte staat zijn inspireert de serene architectuur nog steeds tot een metafysische verwondering.
zondag 29 mei 2011
Ottomaanse Architectuur
In Aleppo en Damascus waant de toerist zich in een ware supermarkt van bouwstijlen. De hele geschiedenis van de architectuur in dat deel van de wereld staat hutje-mutje dicht tegen elkaar en boven op elkaar. Door deze mogelijkheid tot vergelijk springen er ineens stijlen uit die je bijzonder aanspreken. Zo maakte op mij de Ottomaanse architectuur een diepe indruk. Wat het nooit eerder had gedaan. Het is de architectuur van de uit Turkije afkomstige Ottomaanse overheersers die het Midden Oosten regeerden in de tijd dat het Habsburgse Rijk grote delen van Europa in zijn macht had. Beide rijken gingen tegelijk ten onder. De echo’s van die ondergang klinken nu nog door in de wereld. De Ottomaanse architectuur was de synthese van alle voorgaande bouwkundige tradities en de technische en spirituele vernieuwing ervan. De koepel is en blijft het essentiële kenmerk ook als in de loop van de eeuwen de stijl verandert. Tijdens mijn verblijf in Syrië werd ik verliefd op de solide en tegelijk frivole gebouwen of het nu moskeeën, koopmanshuizen, paleizen of karavansera’s waren. Deze tekening heb ik gemaakt op de binnenplaats van het 18de eeuwse paleisje van de Azem familie in Hama waar de kogelgaten nog in de muren zitten van de opstand van 1982.
vrijdag 27 mei 2011
Nieuwbouw
Één van de eerste dingen die in Syrië opvallen is Nieuwbouw. Overal wordt Nieuwbouw gepleegd. Niet de naar de hemel reikende erecties van ‘Corporate Pride’ zoals overal elders in de wereld, maar uitbundig gedecoreerde familie residenties. Ook wat dat betreft gaat Syrië haar eigen gangetje. Er is hier en daar wel iets hogers in Damascus en Aleppo en er zijn plannen om echte wolkenkrabbers te doen verrijzen, maar voorlopig is de meeste Nieuwbouw vertrouwenswekkend kubusvormig en dicht tegen de grond. Wel wordt er met de bouw van ieder huis rekening gehouden met uitbreiding. Meestal staan de betonnen zuilen al klaar op het dak ter voorbereiding van nog een verdieping of die er komt of niet. Maar de maatvoering blijft kleinschalig en privé. Boven Ma’loula ligt het stokoude klooster van de heilige Joris. Daar klinkt het ‘Onze Vader’ in het Aramees de taal die volgens de overlevering door Jezus zou zijn gesproken. Dat neemt niet weg dat recht tegenover de ingang tot het antieke monument gloednieuwe villa’s in aanbouw zijn, want iedere bevolkingsgroep wil dicht bij de bron van hun cultuur verblijven.
woensdag 25 mei 2011
Oud en nieuw
In het Christelijke bergstadje Ma’loula trof ik deze oude Sovjet tractor neus aan neus met een glimmend nieuwe middenklasser uit Korea. Sinds de onafhankelijkheid heeft Syrië een opvallende politieke koers gevaren met telkens andere regionale en internationale partners. Het heeft ooit samen met Egypte een Verenigde Arabische Republiek gevormd. Het schurkte een beetje tegen Sovjet Rusland aan. Tijdens de 1ste Golfoorlog stond het aan de kant van Amerika, maar toen de 2de Golfoorlog uitbrak behoorde het met Iran volgens Bush tot de ‘Axis of Evil’. Tegenwoordig is het ‘Beste Vrienden’ met de snel opkomende regionale macht Turkije waar Syrië historische banden mee heeft. Echter door al dat gefriemel is Syrië verfrissend vrij gebleven van de graaiende vormen van markt kapitalisme dat de regio zó heeft verarmd dat de revolutie wel moest uitbreken (de onvrede in Syrië gaat over het gebrek aan politieke vrijheid en medezeggenschap zie: http://www.syriacomment.com ). Toen ik deze tekening zat te maken kreeg ik grijnzend bijval van een Syriër die over mijn schouder meekeek.
zondag 22 mei 2011
Het rokertje
Mijn favoriete plek in Damascus was Beit Jabri een populair koffiehuis gevestigd in de binnenplaats van een eeuwenoud familiehuis in de binnenstad. Hier zat ik graag de cliëntèle te tekenen. Hoofdingrediënten van een geslaagde middag zijn voor deze dame: Turkse koffie, ‘Limoun Bi Na’na’ en de waterpijp. Haar vriendin is direct na de lunch vertrokken, maar zij blijft nog wat langer genieten van de geur van de kruidige tabak en haar eigen herinneringen. Daar heeft ze geen gezelschap bij nodig.
vrijdag 20 mei 2011
De wasdag van Onze Lieve Vrouwe van Saidnaya
Het is bijna niet te geloven maar volgens Wikipedia is Sainaya het meest bezochte Christelijke pelgrimoord op Jerusalem na. Het stikt er in ieder geval van de kloosters. Dat komt omdat de Byzantijnse Keizer Justitianus hier maar liefst tweemaal Maria heeft gezien. Dat was in 547 AD waarna hij op de plek meteen een klooster liet bouwen. Het klooster van Onze Lieve Vrouwe van Saidnaya heeft binnen haar muren ook een icoon dat geschilderd schijnt te zijn door Lucas de Evangelist. Hij kon weliswaar niet schilderen, maar God stuurde zijn hand. De olie die uit de tieten van de Heilige Maagd komt heeft de kracht om Saidnaya tegen alle vormen van onheil te beschermen. Vreemde en niet zo vreemde veroveraars hebben Syrië door de tijd heen platgelegd, maar ze zijn van Saidnaya afgebleven. Toen ik het klooster bezocht was net de was gedaan. Mij viel op dat zelfs hier in deze vrome omgeving ‘leggings’ erg populair zijn en terwijl ik ze braaf zat te tekenen hing een non een kooitje met kanariepietje aan de muur om mij gezelschap te houden.
woensdag 18 mei 2011
Bedoeïen
Bedoeïen, de nomaden van het Arabische schiereiland, trekken allang niet meer op de ouderwetse manier rond op zoek naar water voor hun kamelen. Vanaf de vijftiger en zestiger jaren zijn ze onder druk van maatschappelijke en politieke omstandigheden min of meer sedentair geworden. In Syrië eindigde hun traditionele bestaan vanwege de grote droogte van 1958 en 1961. De bedoeïen proberen nu als boer in hun levensonderhoud te voorzien of zijn naar de steden getrokken. Er zijn er ook die veehouders zijn. Zij trekken naar gelang het seizoen in een bepaald gebied rond met kuddes schapen en geiten. In de Bedoeïen dorpen staan langs de weg de tenten keurig ingepakt, al of niet op trailers, klaar voor de volgende trek. En dan is er ook nog de politiek. Engeland en Frankrijk hebben na de ondergang van het Ottomaanse Rijk het Midden Oosten opgedeeld in machtzones en daaruit zijn weer staten ontstaan. Deze bedoeïen vrouw, die mij achterdochtig maar geïnteresseerd in de gaten houdt, moet het daar mee doen. Haar ‘Familie’ is verspreid over het Arabisch Schiereiland. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, ware het niet dat tegenwoordig ook nomaden een paspoort moeten hebben. Wat dat betreft heb ik als ‘erkend’ toerist het makkelijker. Intussen wordt de situatie er niet beter op in Syrië. Er wordt van alles geventileerd op het internet en de TV, maar wat er werkelijk aan de hand is blijft onduidelijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)






